Nieuwe Schrijfsels - Nieuwsbrief

Nr 14- januari 2005

 

Nieuws

 

 

 

Een nieuw verhaal

Omdat het alweer een poos geleden is dat jullie een nieuwsbrief van mij ontvingen, worden jullie deze keer getracteerd op een compleet nieuw verhaal, dat ik op een later tijdstip ook op mijn website zal publiceren. Jullie hebben als lezers van mijn Nieuwe Schrijfsels dus de primeur!

Het idee voor dit verhaal 'Vlieger' ontstond tussen de buien door aan het strand in Bretagne afgelopen zomer, toen het zestig jaar geleden was dat de geallieerden verderop in Normandië landden. Ik schreef het verhaal echter pas onlangs op.

Vertel je wat je ervan vindt!

Weeklog

Ondertussen heb ik regelmatig geschreven op mijn weeklog. Zo schreef ik onder andere over:

onderdeurtje
hoofdrekenen
Remkes bleef weg
Koningin Margriet
Gandalf-look
Geen daden maar woorden
Kees Verhagen
Blauwe stad (meerdere logs)
Popa Chubby
Nedergang
Onze overburen
Grundige hekel
Koos van Zomeren en de zin

Lees ze allemaal op http://yorien.web-log.nl
Als je wilt kun je er direct op reageren.

terug naar boven

 

Contact

Wil je iets aan me kwijt? Gebruik het contactformulier!

 

Nederlandse literatuur bij BOL.COM

terug naar boven

Verhaal

Vlieger

Met twee handen houdt Eric hem in bedwang. De beide handgrepen maken groeven in zijn handpalmen. Hij laat niet los.
In het natte zand, dat het grijze gebied vormt tussen land en zee, zuigen zijn voeten zich langzaam vast. Achter hem hoort hij de branding. Steeds klinkt een vrolijk gejoel van kinderen die zich tegelijk op een golf laten meevoeren naar het zand. De geluiden vormen beelden in zijn hoofd.
Verderop ligt zijn handdoek, naast die van Margreet. Ze zit onder blauwgestreepte parasol een boekje te lezen. Marcel graaft een kuil voor haar. Met zijn rode schepje gooit hij het zand omhoog, er valt een beetje bovenop de parasol. Margreets armen gebaren naar het kind, dat beteuterd het schepje laat zakken.
Eric tuurt naar boven. Het is Marcels vlieger, eigenlijk. Gegeven toen hij vorige maand vijf werd. Veel te jong voor zo’n grote vlieger, dat wist Eric ook wel. Maar zo’n degelijk voorwerp gaat jaren mee. Veel langer dan de vlieger die hij zelf ooit maakte, van donkerrood en geel papier, met flinterdunne latjes. Een hele woensdagmiddag was hij ermee bezig geweest. Toen hij aan de lange staart begon, zaten zijn vingers al gauw volgeplakt met gele en rode snippertjes, waardoor het er allemaal niet gemakkelijker op werd. De staart was nodig voor de stabiliteit. Een vlieger zonder staart ging meteen buitelen en draaien. Zijn jongere broer, die altijd graag wou helpen, plakte twee grote zwarte ogen op het papier, waardoor de vlieger meer iets had van een schele schlemiel dan van een stoere luchtveroveraar. Het had nog een hele week geduurd voordat het ging waaien. Toen konden hij en zijn broertje in het plantsoen de eerste testvlucht maken. De schele vlieger steeg snel op, maar maakte vrijwel direct een rare slinger en sloeg kapot tegen het elektriciteitshuisje op de hoek van het plantsoen. Onherstelbaar beschadigd. Zijn broertje zette het meteen op een huilen. Met elk wat wrakstukken in de hand waren ze bedremmeld naar huis gelopen, waar ze als troost een glas ranja kregen. Het was de eerste én de laatste keer dat hij een vlieger had gemaakt. Hij was niet van plan nog eens een hele middag te gaan knutselen aan iets dat binnen een paar seconden aan gruzelementen zou gaan. Hij was niet gek.
Deze stokloze matrasvlieger heeft hij in een winkeltje in de Haagse binnenstad gekocht zonder dat er één snippertje aan zijn vingers is blijven plakken. Onverwoestbaar ding. Moderne materialen, geen houtje-touwtje gedoe maar uitstekend nylon doek, nylon draad, polyester stiksels, kunststof handgrepen. En geen schlemielige blik. Prachtig gekleurde banen.
Zie ze eens strak staan!
De wind blaast Erics haar links en rechts uit zijn nek tegen zijn oren. Hij moet nu wel een fraaie scheiding op zijn achterhoofd hebben. Fraaier dan die op zijn kruin, die de laatste jaren zijn glimmende schedel steeds onbeschaamder aan de wereld toont. Wat hij nog aan haar heeft, laat hij zo min mogelijk knippen. Bij windstil weer ligt het als een dun matje in zijn nek. Vandaag niet. De rode handgrepen rukken aan zijn polsen. Boven hem zeilt het kleurige doek in sierlijke bewegingen, rode, gele, groene, paarse en oranje banen golven op en neer tegen een strak blauw decor. Een meeuw strekt zijn puntige vleugels extra uit, alsof hij zich wil meten met deze reusachtige rivaal, maar even later vliegt hij er onverschillig hoog overheen, met ver onder zich de vaal verschoten buitenkant van de vlieger, terwijl Eric tegen de nog felgekleurde onderkant aan kijkt. Eric geeft de lijn nog een extra decimeter, maar de meeuw lacht hem vierkant uit.
De lijnen naar boven zijn haast onzichtbaar. Soms wordt het zonlicht er opeens in weerkaatst. De zon is zijn rechterschouder aan het verbranden. Hij zou zich eigenlijk moeten insmeren met factor tien, maar daar heeft hij nu eventjes geen tijd voor. Hij staat hier de zaak te besturen, dat ziet toch iedereen. Hij trekt aan het rechtertouw. Meteen maakt de vlieger een duikvlucht naar rechts. Hij doet hetzelfde met links. Kijk. Hij heeft de zaak volkomen in de hand. Nauwkeurig sturen, niet in die boom daar terechtkomen. Voel je die thermiek? Daar moet je gebruik van maken.
Hij heeft de Lancaster verlaten met een sprong. Om zijn schouder hangt zijn geweer, aan zijn koppel zijn handgranaat. Straks zal hij neerkomen op het strand en razendsnel tot actie moeten overgaan. Geen tijd te verliezen. Eén seconde kan het verschil betekenen tussen leven en dood. Nu suist de lucht nog razendsnel langs zijn oren en beneemt hem haast de adem, maar hij laat zich niet kennen. Hij bestuurt deze parachute feilloos door behendig aan de lijnen te trekken. De wereld onder hem draait bij, de luchtstroom langs zijn oren verandert van toon. Nu weer naar links, en daar zeilt hij alweer de andere kant op. De bomen onder hem worden snel groter. Verderop is een open plek, waar het strand begint. Nu nog even iets bijdraaien, ja, prima, hij lijkt wel steeds sneller te gaan, de lijnen striemen in zijn handen maar hij laat niet los. Concentreren nu, elke fout kan fataal zijn. Het brommen van de Lancaster gaat over in het bruisen van de branding, en daar gaat ie, drie, twee, één, hup! Hij voelt een klem om zijn benen, even is alles zwart, maar dan herkent hij de stem van Marcel.
‘Ikke ook, ikke ook!’ roept Marcel. Hij heeft zijn ene arm onwrikbaar om Erics rechterbeen gekneld, zijn andere arm strekt hij uit naar Erics hand.
Marcel. Het jongetje kijkt verlangend naar de handgrepen. Eric zakt langzaam op zijn hurken. Een koude golf slaat tegen zijn zonverhitte rug en geeft hem een rilling – de vloed is opgekomen. Hij hurkt achter zijn zoontje en houdt links en rechts de handgrepen naast diens knuistjes. Marcel pakt de polsen van zijn vader vast en zo lijkt ook de vijfjarige jongen moeiteloos deze machtige parachute te beheersen. Meteen begint het ding te tollen en even later storten alle kleuren neer in de stekelige bosjes op het duin. Eén handgreep schiet los en vliegt door de lucht, rakelings langs het hoofd van Margreet, die met opgevouwen parasol, tas en handdoeken onder haar arm op hem afkomt en gebaart dat het nu echt de hoogste tijd wordt om te vertrekken.

 

 

©Yorien van den Hombergh
januari 2005

 

REAGEER !

terug naar boven