Warme
broodjes
'Mevrouw Jansen!'
riep Annelies in de deuropening. Snel liet ze haar blik gaan over
de vrouwen in de wachtkamer. Ze zocht een oudere dame tussen de
patiëntes. Mevrouw Jansen was immers volgens het dossier
de jongste niet meer. 'Mevrouw Jansen!'
Niemand reageerde. Annelies tuurde over de hoofden van de vrouwen
heen naar de grote foto aan de muur. Een kameel in de Sahara,
met twee parmantige bulten op zijn rug. Daarnaast een dromedaris.
Hoe symbolisch. Het was een idee geweest van dokter Sober, altijd
in voor een geintje.
Een vrouw met een grijs kortgeknipt kapsel kwam onzeker uit haar
stoel.
'Zei u Jansen?'
Annelies knikte. 'Komt u maar mee.' Ze liep met ferme stappen
naar de gang en opende de deur van de kleedkamer. Nou ja, kamer
kon je het eigenlijk niet noemen. Het was een hokje, zonder raam,
met twee deuren. Het was er niet ruimer dan een kleine wc, met
een houten bankje en daarboven twee metalen haken. Ongezellig,
maar zeer functioneel. Ze hield de deur open voor de grijze dame.
'Doet u de bovenkleding maar uit en wilt u hier dan even wachten
tot ik u ophaal?'
Dit ging ze vandaag vijfentwintig keer zeggen. Ze liep naar de
volgende deur en ging naar binnen. Ook deze ruimte had geen raam,
het was er schemerig. Ze legde het dossier op het bureau en liep
langs het manshoge apparaat in het midden, een ding met allerlei
knoppen, pedalen en een platte plaat op borsthoogte. Ze rolde
de kruk een paar centimeter naar voren. Op het bedieningspaneel
achter het scherm keek ze nog even of alles goed stond. Het was
zover. Ze opende de deur van het kleedhokje.
'Komt u maar verder. Hebt u al eens eerder een foto laten maken?'
Ook dit zou ze vijfentwintig keer zeggen vandaag. Als het antwoord
ja was, kon ze meteen doorpakken. Maar meestal was het nee en
moest ze het hele verhaal doen. Dat het vervelend was maar niet
zo lang duurde. Dat ze eerst rechts en dan links zou doen en zo
verder.
Ze hadden het
er vorige week voor de zoveelste keer over gehad in het werkoverleg.
Zowel de chirurgen, de radiologen als de radiolaboranten hadden
klachten gekregen. De patiëntes vonden het namelijk patiëntonvriendelijk
en eisten dat er maatregelen kwamen. Annelies had bij een eerdere
bespreking voorgesteld om een warme luchtblazer aan de muur te
hangen, maar dat was te duur gebleken. Bij de tweede bespreking
kwam dokter Sober met het voorstel om altijd eerst een warm koffiebekertje
vast te houden voordat de patiënte binnenkwam. Ze hadden
het allemaal een dag lang geprobeerd. De patiëntes klaagden
inderdaad niet meer, maar het personeel had de nacht daarop geen
oog dicht gedaan. Vijfentwintig bakken koffie op een dag was gewoon
teveel. De volgende dag kwam het opnieuw aan de orde, maar iedereen
zat te gapen en te knikkebollen. Bruikbare voorstellen kwamen
er niet. Gisteren was Annelies er zelf weer over begonnen. 'Wat
gaan we nou aan die koude handen doen, jongens?' De enige oplossing
die overbleef was voorlichting. De chirurg, de laborant en de
radioloog zouden het allemaal in hun voorlichtingsprotocol opnemen.
Annelies zette
de vrouw op de barkruk. 'Ik heb wel koude handen hoor!' zei ze
volgens afspraak en ze legde haar linkerhand onder de rechterborst
van de vrouw en tilde hem een beetje op. Toen legde ze haar rechterhand
er bovenop. Ze drukte hem als een bolletje brooddeeg zo plat mogelijk,
terwijl ze hem over de glasplaat heentrok. Ze liet het apparaat
met een voetpedaal op de borst neerzakken. Ze had de vrouw tussen
de glasplaten klemgezet en liep naar het bedieningspaneel achter
het scherm. Het zachte gekreun van de vrouw probeerde ze niet
te horen. Klik. Gebeurd. Hetzelfde ritueel met de linkerborst.
Hand eronder, hand erop, trekken, pletten, klik. En dan alles
nog eens, maar dan verticaal geplet.
De vrouw liet zich gedwee terugsturen naar het hok. Annelies zuchtte.
Dit waren nog maar de eersten. Er zouden nog achtenveertig door
haar handen gaan vandaag. Grote, kleine, slappe, stevige, gerimpelde,
oude en jonge. En morgen weer, en overmorgen. Nu het bevolkingsonderzoek
liep, moest ze de hele week dienst doen op de mammapoli. Daar
wilden ze alleen werken met vrouwelijke radiolaboranten en Annelies
was toevallig de enige in het hele ziekenhuis. Er was geen ontkomen
aan. Toen ze vorige week tijdens een etentje aan haar mannelijke
collega's vertelde wat ze deze week ging doen, hadden die de hele
avond zitten ginnegappen en allemaal wilden ze wel een dagje van
haar overnemen.
'Na het pletten
van de eerste tien is de lol er wel af, hoor,' had ze gezegd.
Maar dat wilden de heren natuurlijk niet geloven. 'Daar krijg
je toch nooit genoeg van?'
Ze trok de platen
uit het apparaat en liep naar de ontwikkelaar. Het apparaat zoemde
geduldig en even later rolden de röntgenfoto's uit de gleuf.
Ze hield ze omhoog. Prima. Met de flapperende foto's liep ze naar
de lange werkkamer van dokter Sober. Ze klipte de foto's in de
linkerhoek op de grote lichtbak, twee aan twee onder elkaar aan
de rails. Aan het eind van de middag zou de hele lichtbak volhangen.
Ze slaakte een zucht. Nog twaalf meter te gaan vandaag. Vooruit,
handen uit de mouwen. Ze draaide zich om en beende naar de wachtkamer.
Toen ze tegen
twaalven de dertiende patiënte binnenliet, knorde haar maag.
Hoog tijd voor een pauze. 'Sorry, ik heb koude handen en ik heb
honger!' zei ze grijnzend.
'Maar ik heb misschien wel borstkanker,' siste de patiënte
haar toe.
Oei. Het bleef riskant om dit werk aan de lopende band te doen.
Als je even niet oplette, werd je gauw te jolig en dat was hier
streng verboden. De patiënten werden hier met zorg, liefde
en begrip omgeven. Wat er ook gebeurde, ze mochten nooit het gevoel
krijgen een 'nummer' te zijn. Annelies streek even zacht over
de rechterborst van de vrouw om het goed te maken, maar ontving
in ruil daarvoor een nog vernietigender blik. Dan maar snel het
ritueel afwerken. Toen ze naar het bedieningspaneel liep hoorde
ze de vrouw achter zich vloeken.
'Alweer klaar!' zei ze gauw en ze leidde de vrouw naar het kleedhok.
Nu had ze maar één foto in plaats van vier. Maar
ze had genoeg van het martelen. Belachelijk, zo'n bevolkingsonderzoek.
Dat kon alleen maar door mannen bedacht zijn. Ze klikte de foto
in de bovenste rails. Een eenzaam portret naast al die kwartetten.
Snel verliet ze de kamer.
Ze had nog maar
net een plekje in de kantine weten te bemachtigen, bij drie verpleegkundigen
aan tafel. Ze hadden het over een of andere talkshow, die zij
niet had gezien. Zwijgend keek ze naar haar bord. Het gevloek
van de patiënte galmde na in haar hoofd. Voor haar lag een
rond McDonalds-broodje, met een vette hamburger ertussen. Ze schoof
voorzichtig haar linkerhand onder het broodje en tilde hem tot
ooghoogte op. Daarna legde ze haar rechterhand er bovenop. Het
warme broodje paste precies in het kommetje van haar koude handen.
Langzaam begon ze te drukken. 'Wat ben jij nou aan het doen?'
vroeg een van de verpleegsters, terwijl Annelies oog in oog zat
met haar steeds platter wordende broodje. Resoluut legde ze het
broodje terug, op het bord, stond op zonder te groeten en liep
met bord en al de kantine uit. Ze stevende naar de polikliniek.
Daar was niemand te bekennen nu de middagpauze was aangebroken.
De kameel en de dromedaris staarden haar met lege ogen vanuit
de wachtkamer aan. Snel dook ze haar vertrouwde fotokamer in en
sloot de deur. Ze legde het broodje op de glasplaat van het apparaat
en zette hem met behulp van het voetpedaal langzaam klem. Een
beetje ketchup perste zich tussen de randen van het broodje tevoorschijn.
Klik! Dat was één. Ze verwisselde de plaat en drukte
het apparaat opnieuw aan. De ketchup droop traag op het glas.
Klak! Dat was twee. En nog een derde. Ziezo. Ze schepte het geplette
broodje met een stuk papier van de glasplaat en schoof hem als
een kleffe pudding op het bord terug. Haastig veegde ze met haar
mouw de ketchup van de glasplaat. De ontwikkelaar zoemde terwijl
ze haar jas met de bloederige mouw uitdeed en in de wasmand propte.
Ze griste een schone jas uit het rek en terwijl ze haar armen
in de schone mouwen stak, spuwde het apparaat drie foto's uit.
Ze hield ze omhoog en knikte. Niet van echt te onderscheiden.
In Sobers kamer klipte ze een van de foto's pal naast het eenzame
portret. De twee andere hing ze er precies onder. Ze zette een
stap naar achteren en met een schuin hoofd bestudeerde ze het
resultaat. 'Kwartet!'zei ze hardop. Ze draaide zich om, pakte
de telefoon op Sobers bureau en toetste het nummer van de kantine
in. 'Twaalf broodjes hamburger voor vanmiddag graag! Maar dan
wel zonder ketchup, als het kan!'
|