Column
|
Uitgelezen
Het
was op de middelbare school. Ik denk dat het bij de les Latijn was, maar
het kan ook Grieks geweest zijn. Daar leerde ik niet alleen Latijnse en
Griekse woordjes, maar ook Nederlandse. Zo kwam Caesar opeens in een impasse.
Een prachtig woord, dat ik daarna zelf nog vaak zou gebruiken. Of rozevingerig,
een vondst van Homerus. Of was het nou rozenvingerig, met een n erin?
Uilogige. Dat zeiden ze van Pallas Athene. Is niet echt in mijn
woordenlijstje terechtgekomen. Maar toch. Je stak heel wat op.
Op een regenachtige dinsdagmiddag lag er weer eens een ondoorgrondelijke
Latijnse (of Griekse) tekst voor ons op de bankjes. Natuurlijk ging het
weer over veldtochten en oorlogen, met spartaanse toestanden. Het bloed
vloeide rijkelijk. De leraar liet ons om de beurt zinnetjes vertalen,
en we hakkelden maar wat. Het schoot niet op. Op een gegeven moment was
zijn geduld op. Zijn zware stem galmde door het klaslokaal, terwijl wij
verveeld wat poppetjes tekenden in de kantlijn.
'De veldheer stelde een groep uitgelezen soldaten samen,' declameerde
hij.
Maaike stak haar vinger op. 'Uitgelezen soldaten? Hoe kan dat nou?'
Wij
keken haar allemaal dankbaar aan. Ik had tot dan toe alleen nog maar boeken
uitgelezen. En dat nog niet eens helemaal. Ik grossierde namelijk in samenvattingen.
Nu bleek je ook soldaten te kunnen uitlezen. Hoe je dat deed was mij een
raadsel. Rare jongens, die Romeinen. Of Grieken, daar wil ik af wezen.
De leraar liep naar Maaikes bankje en boog zich voorover. Wij spitsten
allemaal onze oren.
'Dat betekent uitgekozen, geselecteerd, bijzonder.'
Hij sprak zijn woorden overdreven hard uit, alsof Maaike en ook de rest
van de klas stokdoof was.
Maaike schreef zwijgend iets in haar schrift.
De leraar richtte zich op en liep weer naar het bord.
'Het gaat hier om elite troepen,' zei hij over onze hoofden heen.
'Elite?' vroeg Hans spontaan.
'Ja, elite.' De leraar klonk boos. 'Jullie zijn elite. Jullie zitten op
het gymnasium,' galmde hij. 'Dus jullie zijn de toekomstige elite van
Nederland.Wanneer dringt dat nou eens tot jullie grijze hersencellen door?'
'Moeten we dan in het leger?' Hans weer. We gniffelden.
De leraar mopperde, keek weer in zijn boek en vertaalde verder. Ik schreef
'elite' in de kantlijn, met een groot vraagteken erbij.
Waarom wij elite zouden worden, heb ik nooit begrepen. Wij peuterden immers
op dezelfde manier in onze neus als bijvoorbeeld Mavo-leerlingen. Wij
lieten ons huiswerk net zo verkommeren als ieder ander. En we rommelden
even vaak met jongens in het fietsenhok als alle meisjes van onze leeftijd.
Dus wat daar nou zo elite aan was? Misschien dacht hij dat je later tijdens
de vossenjacht uilogige vogels zou schieten of naar de lucht zou wijzen
tijdens een partijtje golf en zou roepen: 'Kijk eens wat een rozevingerige
dageraad vandaag!' Wie weet. Maar golfen heb ik nooit geleerd en de vossenjacht,
daar ben ik tegen. Bovendien ben ik geen ochtendmens dus de dageraad is
aan mij ook al niet besteed.
Die rottige tekst over die vage veldheer die op onze bankjes lag, hebben
we tijdens de les nooit meer helemaal uitgelezen. Wat er nou eigenlijk
van die uitgelezen soldaten geworden is, zullen we nooit weten. Ze zullen
toch niet zijn gaan golfen?
İYorien
van den Hombergh
28 september 2003
terug
naar boven
|



|