(april
2004)
Nederland
is vlak. Toch kennen we een plaats met de naam Bergen. Het ligt
aan zee en heet dan ook: Bergen aan zee. We hebben ook een plaats
Eibergen. Maar of die naam iets met kip en ei te maken heeft,
is maar zeer de vraag.
Wat een ei is, dat weten Nederlanders wel. Maar wat een berg is,
zal altijd een raadsel voor ze blijven. Nederlanders klimmen tegen
een talud van een viaduct. Ze roetsjen met een sleetje van een
duin. Ze hijsen zich op een terp en voelen zich een hele peer.
Weten zij veel.
Is dat erg? Wel nee. We kunnen ze maar beter in die waan laten.
Want wát, als Nederland echte bergen had? Als Zeeland geen
delta was maar een rotsformatie, waar de golven tevergeefs tegenaan
sloegen ? Als de weg tussen Lelystad en Almere zich met haarspeldbochten
om een bergrug heen moest slingeren? Als we Assen in de winter
niet bereikten omdat er sneeuw lag in de Pas van Hoogeveen?
Dan zou de geschiedenis totaal anders zijn verlopen, en waren
wij niet geworden wie we zijn.
Dan hadden we geen molens, dijken of een polder.
Dan droegen we geen klompen en maakten we geen kaas.
Dan kwamen er geen Duitsers pootjebaden in de zee.
Dan waren onze tulpenbollen nooit tot grote bloei gekomen.
Nee, het is maar beter zo. Laten we maar gewoon genieten van onze
duinen, terpen en taluds, op vakantie gaan naar Bergen aan zee
en met Pasen naar Eibergen.
Doe maar gewoon. Dan doen we Nederlands genoeg.
Een waar
leesparadijs

Van
jongs af aan was ze al gek op lezen. Ze las alles wat los en vast
zat. Het begon met het lezen van kinderboeken, natuurlijk. Maar
toen ze tien was kon de jeugdafdeling van de plaatselijke openbare
bibliotheek haar al geen enkele nieuwe titel meer bieden. Ze had
alles uit.
Noodgedwongen stapte ze over op de volwassenafdeling. Maar ook
die had ze snel doorgewerkt. Ze koos haar toevlucht tot encyclopedieën,
die ze allemaal in een week van A tot Z tot zich genomen had.
Dagelijks consumeerde ze het progressieve ochtendblad van haar
ouders, de conservatieve tegenhanger van de buren en de regionale
variant bij een vriendinnetje. Ze haalde alle huis-aan-huiskranten
op die ze maar kon vinden. Ze spelde de reklamefolders, had het
telefoonboek ook een keertje op een middag gedaan, en als het
regende nam ze ook nog wel eens een woordenboek. En
natuurlijk had geen enkele verpakking van yoghurt, jam of koekjes
nog een geheim voor haar. Ze prees de Europese Unie om zijn gedetailleerde
voorschriften over vermelding van ingrediënten op verpakkingen.
Zo kon ze tenminste lekker alle E-nummers lezen en alle ingrediënten
in alle talen met elkaar vergelijken. Gebruiksaanwijzingen vond
ze ook heerlijk. Die van de magnetron, de video en de vaatwasser
had ze in een halve middag in alle talen verslonden. Die van de
droogtrommel, de zonnebank en de frituur had ze er toen meteen
maar achteraan gedaan.
Maar ze werd pas echt gelukkig toen ze op een dag met haar vader
naar kantoor ging. Haar vader werkte voor de Europese Commissie.
Hij nam haar mee naar de vergaderzaal, waar de stukken al klaar
waren gelegd. Ze dacht even dat ze droomde.
Metershoge stapels papier, van boven tot onder volgedrukt met
letters, letters, en cijfers. En dan in alle talen van Europa!
Een waar leesparadijs. Miljoenen letters waar ze zich aan kon
laven. Dat kon toch niet waar zijn? Ze keek haar pappa aan, die
trots met zijn handen in zijn zij naar haar stond te kijken.
'Nou?'
Ze pakte gretig de bovenste notitie van de eerste stapel en schoof
op de stoel aan de vergadertafel. Haar vader wreef in zijn handen
en sloop de vergaderzaal uit, zijn dochter achter zich latend,
die zich inmiddels had gestort op een beleidsnotitie over belastingen,
eerst in het Engels, toen in het Frans, Duits, Spaans, Castellaans,
Deens, Zweeds, Grieks, Portugees en Italiaans. En vooruit, ook
nog maar in het Nederlands. Ze had de middag van haar leven.
(lees
meer logs op schrijf.web-log.nl)
Wie geknipt
wordt moet stilzitten
'Ik weet niet
wat ik liever heb,' zeg ik tegen hem. 'Of alles eraf, of een andere
kleur. Maar zo kan het niet langer in elk geval.'
Ik kijk mezelf even aan in de spiegel en voel een lichte misselijkheid
opkomen. Snel sluit ik mijn ogen voor dat gepijnigde bleke gezicht
tegenover me, die schrikachtige ogen met die vale dunne haren
als een soort misplaatste lompen eromheen.
Zijn hand pakt voorzichtig een van de lokken vast. Hij probeert
te voorkomen de huid in mijn hals aan te raken, wat niet lukt.
'Maak er maar iets van,' zeg ik tegen de hand, die nu hij me toch
al aangeraakt heeft, niet langer voorzichtig is. Ik huiver en
besluit mijn ogen voorlopig dicht te houden.
Ook mijn mond hou ik voorlopig dicht.
Verderop klinkt het gezoem van een föhn en het rinkelen van
een telefoon. De geur van shampoo en haarlak prikkelt mijn neus.
Het komende kwartier zal mij alleen nog het schichtige geknip
van de schaar gezelschap houden. Soms zal ik een kriebelig haartje
voorbij voelen komen, misschien een stem horen in de verte, maar
al gauw zal ik wegmijmeren en mijn eigen, nieuw te vormen gedachten
in mijn hoofd toelaten. Eindelijk.

|