schrijf.web-log.nl

(maart 2004)

Lees ook de nieuwste schrijflogs!

Een joekel

Wat baalde hij ervan dat hij geen weegschaal bij zich had. En zijn fototoestel had hij ook al thuis laten liggen. Nog nooit had hij zo’n joekel in zijn handen gehad, maar zonder foto zouden zijn karpervrienden het nooit geloven als hij het kwam vertellen op de club.
Het beest woog zeker wel een kilo of acht, terwijl hij nooit verder was gekomen dan drie of vier kilo. Een absoluut record. En niemand om er getuige van te zijn.
Wat moest hij doen? Hij keek om zich heen. Aha. Hij had dan misschien geen weegschaal en geen fototoestel bij zich, maar een mobiele telefoon had hij wel. Hij veegde zijn handen af aan zijn broek en belde zijn vriendin.
‘Kom naar het bruggetje en neem je fototoestel mee, lieverd,’ zei hij.
Even later parkeerde haar Fiat Panda naast zijn grijze Ford Fiesta. Ze stapte uit met haar fototoestel in haar hand. Met afgrijzen keek ze naar de enorme dode vis die hij met zijn beide handen vasthield. Bijna moest ze kokhalzen.
‘Ajakkes,’ zei ze, ‘En nu heb ik juist voor vandaag een karbonaatje op het menu staan, geen vis.’

(lees meer logs op schrijf.web-log.nl)

Twee vrouwen en een stofzuiger

Hij kwam thuis na een vermoeiende dag op het bureau. Het indringende geluid van de stofzuiger kwam hem tegemoet zodra hij de deur opendeed. Ook dat nog. Uitgeput plofte hij neer op de bank, te moe om zijn jas uit te doen. Hij legde zijn benen op tafel en sloot zijn ogen.
Het opgewonden geluid van de stofzuiger kwam dichterbij, maar hij verroerde geen vin.
‘Mooi zo, zo kan ik er beter bij.’ De stem van zijn vrouw klonk al heel ver weg en even later was hij in diepe slaap gevallen. Hij droomde van twee vrouwen met een stofzuiger en langzaam verscheen er een tevreden glimlach om zijn mond.

(lees meer logs op schrijf.web-log.nl)

 

Shirts

Ze verschilden niet veel in lengte of omvang en zelfs hun haarkleur vertoonde veel overeenkomsten. De aankoop was dus gauw gedaan.
‘Doet u er hier maar vier van,’ had Ian tegen de verbouwereerde verkoopster gezegd. Terry had afgerekend en Cammy de plastic tas met de vier shirts in ontvangst genomen, waarop Alf de deur voor de andere drie openhield.
Gevieren liepen ze naar huis, waar Claire hen al opwachtte met thee en koekjes. Maar voor thee hadden ze geen tijd. Ze wilden eerst hun shirts proberen en stommelden meteen de trap op, naar de slaapkamer met de grote spiegelkast. Als een stel jonge meiden stonden de mannen even later voor de spiegel te draaien en te keren. Claire kwam nieuwsgierig om de hoek kijken. Ian, Terry, Cammy en Alf draaiden zich tegelijk om en showden trots hun shirts.
‘Hoe vind je ze?’ vroeg Terry.
‘Oh, wat prachtig!’ riep Claire uit. Ze bekeek de glunderende mannen nog eens allemaal afzonderlijk. Eigenlijk stond Ian het shirt het mooiste, maar dat kon ze natuurlijk niet hardop zeggen. ‘Hij staat jullie allemaal geweldig!’
Ze liep op Ian af en keek voorzichtig in zijn boord. Geen wasmerkje.
‘Kunnen deze eigenlijk wel in de wasmachine?’ vroeg ze.
De vier mannen keken elkaar aan. Daar hadden ze nou helemaal niet aan gedacht.

(lees meer logs op schrijf.web-log.nl)

 

 

Spitsvondig

'Het wemelt hier van de roofdieren. Ijsberen vooral. Levensgevaarlijk,’ zei Martin, terwijl hij zijn muts dieper over zijn oren trok.
‘We moeten dus heel voorzichtig zijn,’ antwoordde Ferdinand. ‘Dat wordt spitsbergen lopen.’
En vlug sprongen ze van ijsschots naar ijsschots.

(lees meer logs op schrijf.web-log.nl)

 

 

Uit de badkamer

Aan Idols wou Marlène niet meedoen. Niet alleen omdat ze wist dat het allemaal doorgestoken kaart was, maar ook omdat ze te weinig ‘uitstraling’ had. Hoe vaak had ze dat wel niet gehoord. Dat aspect, dat niemand precies kon definiëren maar dat oh, zo onmisbaar bleek te zijn, dat had ze nu eenmaal niet. En dan kon je het als Idol wel vergeten.

Maar zingen kon ze als geen ander. Een prachtige stem had ze. Haar buren hadden dat onlangs nog gezegd, toen ze weer eens op de badkamer had staan galmen. Ze zong werkelijk de sterren van de hemel en kende alle teksten van beroemde liederen helemaal uit haar hoofd. Maar ja. Verder dan de badkamer was ze nooit gekomen.
Tot de dag dat het buurtcomité bekendmaakte een songfestival voor de buurt te organiseren. Ze deed meteen navraag. Het ging om de zangkwaliteiten, maar werd er ook op uitstraling gelet? De organisator trok zijn schouders op. ‘Denk het niet,’ had hij gezegd, waarop Marlène zich meteen opgelucht had ingeschreven. Ze kocht een mooie rode jurk en oefende elke dag een paar uur op de badkamer, totdat de buren voorzichtig – je zingt werkelijk prachtig, Marlène, daar niet van - kwamen vragen of het misschien toch wat minder kon in verband met de nachtrust van de kleine.
Toen de festivalavond aanbrak, was ze niet eens zenuwachtig. Zingen kon ze immers als de beste, en op uitstraling werd goddank niet gelet. Er waren tien deelnemers, zij moest als derde op. De presentator, die in een andere straat woonde en haar daarom nog nooit had horen zingen, kondigde haar aan als het nachtegaaltje van de kerkstraat. Toen ze het kleine podium van het buurthuis op schuifelde, klonk er een luid gejoel. Ze lachte verlegen naar haar buurtgenoten in de zaal, maar zette even later uit volle borst haar lied in. Ze deed alsof ze in de badkamer stond en sloot haar ogen. Ze zong als nooit tevoren. Haar stem rolde over het podium, klom tegen de wanden op en spreidde zich als een warme deken over het publiek, dat ademloos zat te luisteren. Ze zong met heel haar lijf en al haar kracht, tot de allerlaatste noot. Ze schrok even toen er een daverend applaus opklonk. Ze maakte een diepe buiging en verdween snel in de coulissen.
Van de rest van het programma ontging haar het meeste. Ze zat in een roes na te genieten van die paar minuten die ze helemaal in haar eentje op het podium in het spotlicht had doorgebracht..
De puntentelling kon haar niets meer schelen. Ze hoefde niet eens te winnen. Ze had eigenlijk al gewonnen, want ze was vanavond definitief uit de badkamer gekomen. De mooiste overwinning in haar leven. En ze besloot – ook in verband met haar buren - om voortaan alleen nog maar op het podium te zingen. In het spotlicht.

 

(lees meer logs op schrijf.web-log.nl)

 

 

Waar moet je voor betalen?

Hij sloeg zich op de knieën van het lachen. Zijn begeleidster schrok ervan. ‘Voorzichtig, niet te hard slaan,’ zei ze, ‘uw benen zijn nog broos, u moet eerst weer aansterken.’
Ze stonden op de stoep voor het ziekenhuis waar hij al die tijd had gelegen. Vijftig jaar was hij in coma geweest, hadden ze hem verteld toen hij vorige maand zijn ogen open had gedaan. Hij kon er nog altijd niet bij. Hij had het gevoel gewoon een goed nachtje slaap te hebben gehad, meer niet. Maar er hadden allemaal vreemde mensen om hem heen gestaan. Zijn bed was volgehangen met ingewikkelde slangen en piepende apparaten. En er was een man met grijs haar aan de slapen en tranen in zijn ogen aan zijn bed komen staan.
‘Papa,’ had die man tegen hem gezegd, ‘Papa, ik ben je zoon.’
Dat zal wel, had hij gedacht. Zeker iemand die op zijn centen uit was.
Maar langzaam maar zeker was tot hem doorgedrongen dat er vijftig jaar ongemerkt voorbij waren gegaan. Vooral toen hij in de spiegel had gekeken. Een bejaarde man was hij geworden, zonder het te hebben gemerkt. Hij was van de ene op de andere dag ontwaakt in de toekomst.
En nu stond hij voor het eerst buiten, na een kort wandelingetje over de stoep, oog in oog met een raar metalen kastje. Het stond op een paal midden op de stoep. Een grote blauwe P erop geschilderd. Gekleurde knopjes en een schermpje. Hij had er een tijdje naar gekeken en niet begrepen wat het was. Hij vroeg uitleg aan zijn begeleidster.
‘Een betaalautomaat,’ had ze gezegd.
‘Betaalautomaat? Waar moet je dan voor betalen?’ Hij begreep er nog steeds niets van.
‘Als je hier je auto parkeert,’ zei ze, ‘moet je een euro per half uur betalen.’
‘Wat?’ En toen had hij zich dus op de knieën geslagen van het lachen.


(lees meer logs op schrijf.web-log.nl)

 

Ontmoeting

Iedereen heeft recht op zijn eigen geschiedenis. En als er in de jouwe iets anders gebeurt dan in de mijne, is er niets aan de hand. Soms ontmoeten twee geschiedenissen elkaar eventjes. Dan trekken ze een tijd lang samen op, maken ze alles samen mee, genieten van dezelfde dingen en huilen om hetzelfde verdriet. Samen creëren ze een nieuw stukje geschiedenis. Maar even later laten ze elkaar weer los, om elk hun eigen weg te gaan. Dat kleine stukje nieuwe geschiedenis is dan veranderd in een dierbare herinnering. Van jou. Van mij.

 

 

Wat is kritiek

Wat kritiek was, wist ze eigenlijk niet. Ja, ze kende de uitdrukking “zijn toestand is kritiek”, want ze had een poosje in een ziekenhuis gewerkt. En ook de zin “Er verschenen goede kritieken op zijn boek”, die kon ze ook nog wel verzinnen. Want lezen was toevallig haar hobby. Maar de zin “de gevangenisdirecteuren werden ontslagen omdat ze kritiek hadden”? Nee, daar begreep ze helemaal niets van. Ze ging het woord toch maar eens opzoeken in het woordenboek.


Stukje met een W*)

Maarten van de Klei heeft regelmatig een intellectuele uitdaging nodig. Werk heeft hij niet en in zijn omgeving wordt ook niet echt een beroep op zijn intelligentie gedaan. Daarom puzzelt hij elke dag. Hij scheurt het kruiswoordraadsel uit de krant, de omroepgids of de Libelle van de buurvrouw en begint al gauw lettertjes in te vullen alsof zijn leven er vanaf hangt.
In het begin stuurde hij zijn oplossing nog wel eens op, keurig overgeschreven op een briefkaart. Maar hoe mooi hij ook schreef, nooit won hij een prijs. Met afgunst keek hij elke keer bij de oplossing naar het rijtje namen van mensen die wel een boekenbon of een pannenset hadden gewonnen. Mevrouw I. de Jong, Oegstgeest. De heer J. Bakema, Zierikzee. Mirjam de Zwart, Den Haag. Maar nu weet hij dat het gewoon verzonnen namen zijn, want na een poosje kwamen dezelfde namen weer terug. Zo komen ze er lekker goedkoop vanaf. Nooit doen ze een boekenbon op de post.
Hij stuurt nu al lang geen briefkaarten meer op, ook al puzzelt hij nog steeds. Hij stuurt alleen nog maar kaarten aan vrienden en bekenden. En dan ondertekent hij met: “Voorjaarsmaand met een M. Voegwoord met een E. Voorzetsel met een V. Lidwoord met een D. Grondsoort met een K.”

*) weblog

(lees meer logs op schrijf.web-log.nl)

 

 

Voorjaarsduik

‘Het water is nog knap koud in maart, hoor,’ zegt Honky.
‘Maar op nieuwjaarsdag was ook heel koud,’ zegt Mandy, ‘En toen renden er wel honderden mensen zo de zee in.’
‘Ja. Die hebben we daarna ook nooit meer teruggezien,’ antwoordt Honky.
Mandy knikt. Daar heeft Honky gelijk in. Misschien is het wel helemaal verkeerd afgelopen met die mensen. Zijn ze in het water bevroren en drijven ze nu ergens als ijsschotsen op de Noordzee. Mensen kunnen zo ontzettend dom zijn.
Honky en Mandy staan een tijdje zwijgend naar de branding te kijken.

‘Zin in een frisse duik?’ De heldere stem van Waoula komt aanrollen over het strand. Even later komt ze er zelf achteraan, met Burinda in haar kielzog.
‘’t Is koud hoor!’ zegt Honky tegen de twee vrouwen.
‘Nou èn?’
Die Waoula is een stoere meid, zeg. Mandy kijkt haar aan. Stoer, maar wel ontzettend mooi, met die vochtige verlangende ogen. Veel mooier dan de lompe Burinda. Waoula heeft echt iets mysterieus. Met haar zou hij best wel een duik willen nemen.
‘Kom op!’ zegt ze, ‘We gaan erin, hoor!’ en ze voegt meteen de daad bij het woord, even later gevolgd door Burinda. Nu kan Mandy natuurlijk niet meer achterblijven en snel gaat hij achter de dames aan. Ook Honky komt in beweging. Het volgende moment spartelen ze alle vier in het ijskoude water van de Noordzee.

(lees meer logs op schrijf.web-log.nl)

 

Slotzin

Ze zat er nog altijd op te broeden, terwijl ze kauwde op haar pen. Haar boek was bijna af. Het was een prachtige kasteelroman geworden, over een ontluikende liefde op Slot Havesteijn. Liefde overwint alles, dus de prins zwom uiteindelijk de slotgracht over om zijn Grote Liefde te kunnen schaken. Het hele verhaal stond erop. Vijfhonderd pagina’s.
Nu alleen de slotzin nog…

(lees meer logs op schrijf.web-log.nl)

 

Contest ...

Ze stonden alle tien naast elkaar. Marguerita stond helemaal links. Dat kwam goed uit, want dan kon ze zich van haar beste kant laten zien. Ze wist zeker dat ze zou winnen. Iedereen in haar omgeving prees haar immers altijd voor haar geweldige uitstraling en haar oogverblindende schoonheid. Er kon niets meer misgaan, want toen ze daarnet nog even haar ogen over de negen concurrentes had laten gaan, kon ze helemaal niets moois in hen ontdekken. Barbiepoppen waren het, met plastic gezichten en een bevroren grijns op het gezicht. Nee, uitstraling hadden die wijven niet.
Toen ze haar hadden gevraagd wat ze belangrijk vond in het leven, had ze natuurlijk ‘Wereldvrede’ gezegd. ‘Ik ben tegen geweld,’ had ze er voor de zekerheid nog maar even aan toegevoegd. Zoiets sprak de jury altijd erg aan.
Straks had ze dus honderdduizend euro op zak. Een ongelofelijk bedrag, waar ze een beetje duizelig van werd. Ze was opgegroeid in een arm gezin waar elk dubbeltje moest worden omgedraaid voordat het werd uitgegeven. Haar broers moesten al op jonge leeftijd aan het werk in de drogisterij, maar zij mocht verder leren op de MEAO. Ze was het prinsesje van de school en iedereen keek haar altijd na. Ze had al snel door dat ze met haar schoonheid geld kon verdienen. Na schooltijd liep ze minstens een uur door de kamer met een telefoonboek op haar hoofd, om te kunnen ‘schrijden’, als een echte mannequin. Het had een hoop bloed, zweet en tranen gekost. Maar vandaag ging ze oogsten!
De juryvoorzitter nam het woord. Hij opende een envelop en alle meiden hielden hun adem in.
‘De winnares is: Eleonore!’
Marguerita bleef stokstijf staan en voelde zich helemaal koud worden. Wel twintig telefoonboeken leken op haar hoofd te zijn neergekomen, nee dertig, veertig. Steeds zwaarder en zwaarder drukten ze op haar zo zorgvuldig gekapte krullen. Het leek wel of ze helemaal in elkaar gewalst werd, als een oude auto op een schroothoop. Nee, nee! Dat mocht niet gebeuren. Daarvoor had ze toch zeker niet jarenlang geoefend! Ze schudde wild met haar hoofd, de telefoonboeken vielen van haar af en ze leek zelfs even los te komen van de grond. Maaiend met haar armen liep naar het juichende huilende barbiepopje dat gewonnen had, ze balde haar hand tot een vuist en raakte het mens precies op haar neus, die meteen begon te bloeden. Ze dacht zelfs even gekraak te horen. Goed zo.
‘Lelijk rotwijf!’ riep ze. ‘Ik sla je helemaal verrot!’

(lees meer logs op schrijf.web-log.nl)

 

Iedereen had zich verzameld...

Iedereen had zich verzameld op de wal. Vlak bij het water stond een groepje grijze mannen in mallotige matrozenpakken op de maat van hun lied heen en weer te slingeren. Een fotograaf van de plaatselijke krant stond bij een kraampje een harinkje naar binnen te werken. De dames van de vrijwilligersgroep legden de laatste hand aan de zelfgemaakte vlaggetjes en de slijter veegde het stof van een grote champagnefles.
Vandaag zou het dus gebeuren. Marco had er twaalf jaar lang elk uurtje van zijn vrije tijd in gestopt, tot grote wanhoop van zijn moeder, die ook wel eens gezellig een kopje thee met hem had willen drinken. Zij was immers al jong weduwe geworden en haar zoon was de enige met wie ze een beetje had kunnen praten.
'Maar de laatste twaalf jaar was dat onmogelijk, hoor,' vertelde ze aan de dames van de vrijwilligersgroep, terwijl ze een van de vlaggetjes omhoog hield. 'Direct als hij thuiskwam van zijn werk verdween hij in de grote oude schuur. Alleen voor de warme hap kwam hij er eventjes uit,' zei ze, 'maar dan schrokte hij zijn bord in een ommezien leeg en vóór ik het door had was hij alweer in de schuur verdwenen.' De dames schudden meewarig hun permanentjes. De buurjongens hadden vaak hun hulp aangeboden, maar daar had Marco niets van willen weten. Het was zíjn ontwerp en hij was de enige die er aan mocht komen.

Van het ene moment op het andere stopten de matrozen met zingen. Om de hoek verscheen het rode hoofd van Marco, met daar achter een prachtig glimmende houten Canadese kano van zeven meter lang, bovenop een trailer. Iedereen begon te klappen en hoera te roepen. De buurjongens renden erop af en begonnen de trailer van achteren aan te duwen, zodat hij even later vlak bij de rand van het water stond. De fotograaf liet het laatste stukje haring in zijn keel glijden en nam zijn positie in. De slijter maakte een buiging. Hij bood Marco met een zwaai de champagnefles aan.
'Ik doop je Borsato!' riep Marco en hij gooide met twee handen de champagnefles kapot tegen het pasgelakte hout. Zijn moeder juichte en weer klonk er een applaus. De fotograaf flitste er op los. Marco klom gauw in de boot. De buurjongens duwden de boot van de wal, in één keer het water in. Het chantykoor zette een nieuw lied in. De dames van de vrijwilligersgroep deelden kopjes thee uit. Het dorp bleef nog lang feesten, terwijl Marco zijn kano met rustige slagen door het water liet snijden, verder, verder, tot hij het dorp voorgoed achter zich liet.

canadese kano

(lees meer logs op schrijf.web-log.nl)

 

Ze vond het niet erg...

Zij vond het niet erg dat hij haar niet groette. Ze zwaaide tenslotte naar alle onderdanen en ze kon zich heel goed voorstellen dat niet iedereen er zin in had om ook terug te zwaaien. Maar ze had deze keer wel speciaal haar hand naar hem opgestoken. Hij stond half verscholen achter een rij enthousiaste huismoeders, maar ze had hem onmiddellijk herkend. Hij haar ook, dat zag ze in zijn ogen. Daarom had ze meteen haar arm in de lucht gestoken, zoals ze het geleerd had. Voor hem.

In haar verlovingstijd had ze dagelijks moeten oefenen voor de spiegel. Haar aanstaande schoonmoeder had het haar ontelbare keren voorgedaan. Als je in de auto zat of in de koets: niet woest met je handen wapperen, maar de pols langzaam en waardig op en neer bewegen. Als je langs de menigte wandelde: gewoon je arm in de lucht steken. Dat was een goed alternatief voor het voortdurende polsbewegen, want daar kreeg je op den duur toch maar RSI van.
'Maar denk erom,' had haar schoonmoeder gezegd, 'vooral geen Hitlergroet brengen. We hebben tenslotte al genoeg heibel in de familie.' Dat had ze in haar oren geknoopt.

Ze was alweer verder gelopen. Het liefst had ze hem nog een keer in de ogen gekeken, maar omkijken paste niet binnen het protocol. Ze voelde zijn ogen in haar rug prikken. Heel voorzichtig tilde ze daarom haar boeket een paar centimeter op en bewoog hem een beetje op en neer. Niemand had het in de gaten, maar ze wist zeker dat hij het gezien had en ze glimlachte.

(lees meer logs op schrijf.web-log.nl)

 


Het regende pijpenstelen

Pijpenstelen

Het regende pijpenstelen. De weg weerspiegelde de sombere huizenrij.
Een voorbijrijdende auto liet het water als een waaier opspatten. Ernst keek door het raam naar buiten en besloot vandaag binnen te blijven. Eerst maar eens een pijpje stoppen. Hij liep naar de schoorsteenmantel, waar zijn houten tabaksdoos stond. Ja, het kon wel eens een aangename huiselijke middag worden.

 

(lees meer logs op schrijf.web-log.nl)

 

De openingszin

Bij het schrijven komt het aan op de openingszin. Als je die eenmaal te pakken hebt, volgt de rest vanzelf. Zegt men.

Ik heb al een hele serie openingszinnen. Bijvoorbeeld:

1. "Ze vond het niet erg dat hij haar niet groette."
2. "Het regende pijpestelen."
3. "Het is een schande dat zijn werken nooit zijn uitgegeven."

Maar verder is het helaas nog niet gekomen!

 

(lees meer logs op schrijf.web-log.nl)

 

Ga naar nieuwste schrijflogjes..

 

Alle teksten werden gepubliceerd op http://schrijf.web-log.nl

 

reageer!

Naam:
E-mail:
Reactie op:
Opmerking:

NAAR BOVEN